terug

Monitoringssysteem voor Circulaire Economie in Nederland

In het rapport Circulaire Economie: Wat willen we weten en wat kunnen we meten is een voorstel voor een monitoringssysteem opgenomen. Het doel hiervan is de beoogde transitie naar een circulaire economie uit het Rijksbrede programma Circulaire Economie ‘Nederland circulair in 2050’ te kunnen volgen. Het is een gezamenlijk product van het Planbureau voor de Leefomgeving, het Centraal Bureau voor de Statistiek en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.

Het doel van het monitoringssysteem

Het rapport is een antwoord op de vraag uit het Grondstoffenakkoord om een monitoringssysteem te ontwikkelen en een nulmeting te verrichten. Het doel van het monitoringssysteem is het volgen van de inspanningen van overheden en maatschappelijke partijen op het gebied van circulaire economie. Ook de effecten van deze inspanningen worden hiermee in kaart gebracht. Zo kunnen de factoren die bijdragen (of juist niet) aan het transitieproces naar de circulaire economie geëvalueerd worden. Er is een verdere uitwerking van de doelstelling uit het Rijksbrede programma Circulaire Economie ‘Nederland circulair in 2015’ nodig om dit goed te kunnen monitoren.

Indicatoren in het monitoringssysteem

Om de voortgang van de transitie te kunnen volgen zijn indicatoren nodig voor de effecten, maar ook voor het transitieproces. Het monitoren van de effecten is nu al mogelijk voor grondstoffengebruik, broeikasgassen en afvalverwerking. Nog niet alle indicatoren die in het monitorsysteem worden voorgesteld kunnen al gemeten worden. Vooral over het transitieproces is nog weinig informatie beschikbaar. Het monitorsysteem moet de komende jaren duidelijk nog verder worden uitgewerkt. De hoop is dat het systeem gezien wordt als een groeimodel dat samen met de betrokken partijen en andere Nederlandse kennisinstellingen kan worden doorontwikkeld, wellicht tot een circulair equivalent van de NEV.

Bron: Duurzaam Actueel


Bekijk ook deze items