terug

Neighbours: Openbare ruimte in België en Duitsland

Openbare ruimte gaat over de landsgrenzen gewoon door, maar kent wel andere regels, principes en verschijningsvormen. Wat valt op als we een blik over de grenzen werpen en wat zegt het over de openbare ruimte in Nederland? 

Twee beurzen vormden de aanleiding voor dit ‘vergelijkend warenonderzoek’. In Duitsland bezocht ik de ‘Press Preview’ van de Galabau, een groots opgezette beurs voor de groene sector, van 14-17 september in Nürnberg. In Brussel bezocht ik de Vlaamse editie van de Vakbeurs Openbare Ruimte, die op 12 mei plaatsvond. De beurzen (al dan niet preview) gaven een mooi overzicht van wat er leeft in het vakgebied, aangevuld met gesprekken met standhouders en collega-journalisten uit onze buurlanden. Deze kennis en inzichten konden direct worden ingezet in de praktijk: de openbare ruimte in Brussel en Nürnberg. Gelijk maar een disclaimer: het is verre van wetenschappelijk en deels ingegeven door toevallige omstandigheden, maar toch: het geeft een indruk. 

Duitsland: denken vanuit techniek 

We beginnen in Duitsland. Wat direct opvalt als je onder vakgenoten bent, is dat er vaak vanuit techniek en machines wordt gedacht om voor goede openbare ruimte te zorgen. Natuurlijk, dat heb je al snel bij een beurs, maar het werd ook bevestigd door meerdere Duitse vakjournalisten. In Nederland wordt toch meer vanuit management gedacht: ‘hoe gaan we het aanpakken?’. Niet voor niets is assetmanagement in Nederland een belangrijk thema; in Nürnberg is dit onderwerp niet eens ter sprake gekomen. 

Foto: Pixabay

De actuele thema’s in de openbare ruimte zijn in Duitsland grotendeels dezelfde als in Nederland: klimaat, duurzaamheid (Nachhaltigkeit) en vergroening van de leefomgeving. Wel valt op dat de thema’s ‘drukte in de ondergrond’ en bodemgesteldheid (onder meer verzakkingen) minder nadrukkelijk spelen in Duitsland. En dat klimaatverandering (Klimawandel) als één geheel wordt benaderd, waar we in Nederland duidelijk onderscheid maken tussen klimaatadaptatie (reageren op het onvermijdelijke) en klimaatactie (CO2-uitstoot verminderen). 

Gaan we de straat op in Duitsland, dan springt een aantal dingen in het oog. Ten eerste dat de openbare ruimte ruimer is opgezet dan bij ons. De totale heropbouw van Duitse steden na de Tweede Wereldoorlog heeft hier ongetwijfeld mee te maken. Verder meer (geparkeerde) auto’s in het straatbeeld en vaak een mindere kwaliteit van het wegdek. Wel weer veel vergroeningsinitiatieven op kleine schaal, al dan niet met betrokkenheid van schoolkinderen. 

België: vaak leefbaarheid als label 

Op de Vakbeurs in Brussel viel op (naast het grote aantal sprekers en standhouders uit Nederland) dat veel producten en concepten langs de lijn van leefbaarheid worden gepresenteerd. Verkeersveiligheid, geschikte speelplekken voor kinderen, vergroenen: met leefbaarheid als label komen zaken vaak in beweging in België. Vaker dan in andere landen. 


Professional in de openbare ruimte? Dan lees je Stadswerk Magazine!


En hoe staat het met de leefbaarheid op straat, in dit geval Brussel? Hoewel Brussel een geval apart is, is het wel een belangrijk geval, want in wezen de hoofdstad van Europa (en van Vlaanderen overigens, wat maar weinig Nederlanders weten). Welnu, het is in de ogen van menig Nederlander een rommeltje. Vooral het grote aantal bouwputten valt op; ze wekken soms zelfs de indruk dat ze nooit meer weg zullen gaan. Het autoverkeer is een plaag, het wegenstelsel onlogisch (het metrostelsel is overigens wel prima). Gaandeweg daagde het besef: in Brussel slaagt men er vaak niet in om op een iets hoger schaalniveau zaken op elkaar af te stemmen.

En toch, een grote maar. Want ik heb door vrijwel alle wijken in een wijde boog rond het centrum van Brussel gefietst en telkens viel me op dat het stuk voor stuk hele fijne buurten zijn. Levendig, afwisselend, voorzieningen zijn nooit ver weg, en je bent voortdurend benieuwd wat je om de hoek zult aantreffen. Dit alles gelardeerd met fraaie parken (vooral het Woluwepark is prachtig), paleizen, basilieken en dergelijke. 

De Brusselse paradox verklaard 

Het kostte me de nodige moeite om deze paradox te duiden: enerzijds slechte stadsplanning en anderzijds een hoog niveau van leefbaarheid. Tijdens het nuttigen van een maaltijd pal tegenover station Brussel- Zuid (het hoofdstation) kwam het Eurekamoment. Juist het gemis aan bovenlokale afstemming zorgt voor afwisseling, voor spanning, voor het ongedachte. Dat etablissement bij het station vormde de ultieme illustratie: een levendig, multicultureel geheel van mensen die voor een bescheiden bedrag eten en drinken. Rond het station van Amsterdam en andere steden zijn de huren zo hoog dat er alleen maar plaats is voor dure, gelikte en voorspelbare formules. En dat zie je ook terug in de openbare ruimte. 

Van onze partner, Stadswerk Magazine (nummer 5, 2022). Tekst: Michiel G.J. Smit, Redactie Stadswerk Magazine


Bekijk ook deze items