terug

Stedelijk programmeren: Ervaringen uit Apeldoorn en Rotterdam

Almer de Jong (gemeente Apeldoorn) en Jolande Niemeijer (gemeente Rotterdam) werken samen in de City deal Openbare Ruimte aan een werkwijze voor stedelijk programmeren. Maar wat is dat precies, wat kun je ermee en wat is ervoor nodig? Een dubbelinterview. 

Wie zijn jullie en wat is jullie relatie met de openbare ruimte? 

Almer: Ik beheer in Apeldoorn de openbare ruimte. We gebruiken daarbij assetmanagement zodat we aantoonbaar bijdragen aan de doelen en ambities van de gemeente. Dat vraagt om een integrale aanpak waarbij de grenzen tussen beheer en ontwikkeling steeds verder vervagen. 

Jolande: Binnen Rotterdam adviseer ik bij Stadsontwikkeling over de integrale aanpak van de opgaven die op de openbare ruimte afkomen en een samenhang hebben met de ‘goede groei’ van de stad. Opgaven waarvoor we samen met onder andere de afdelingen Stadsbeheer en Dienstverlening aan de lat staan. 

Stedelijk programmeren, wat houdt dat in? 

Almer: Stedelijk programmeren hebben we als volgt gedefinieerd: het afstemmen van langetermijnplannen (inclusief bijbehorende financiering) van verschillende organisaties en/of organisatieonderdelen met één of meer publieke taken, die samenwerken bij werkzaamheden aan de onder- en bovengrond in een gebied.

Foto: Sebastiaan ter Burg, CC BY-SA 2.0, via Wikimedia Commons

 Jolande: Op stedelijk niveau biedt in Rotterdam de programmering voor de rioolvervanging een goede basis voor het meekoppelen van de transities. Deze kent een structurele financiering. Andere transities – mobiliteit, energie – worden steeds belangrijker. Maar ook opgaven voor groen en klimaat kunnen urgent zijn zonder dat koppeling aan transities mogelijk is. Aanpak van gebiedsontwikkelingen kent weer een andere dynamiek. 

Daarnaast verschillen complexiteit en schaal per stad. Maar commitment aan het gezamenlijke doel is overal nodig. Dat vraagt om andere manieren van organiseren en daarbij horend gedrag. Wat dat betekent, is onderdeel van de opgave. 

Almer: Dat is een andere manier van werken, maar levert ook wat op: verminderen van overlast door gecombineerde uitvoering, optimalisering van onder- en bovengronds ruimtegebruik, doelmatige inzet van schaarse middelen en capaciteit, weloverwogen besluitvorming, het stimuleren van samenwerking met interne en externe partijen en het komen tot hogere (maatschappelijke) meerwaarde of lagere kosten. 

Jolande: Daarmee nemen we als overheid onze verantwoordelijkheid en zijn we betrouwbaar en transparant. 

Jullie spreken over commitment en gedrag, maar het gaat toch vooral om de inhoud? 

Almer: Ja en nee. Uiteraard is de inhoud belangrijk. Om te kunnen samenwerken moet ieder vanuit de eigen opgave weten wat wanneer nodig is, welke speelruimte er is en welke risico’s er zijn. Wat we echter zien, is dat de afwegingen niet meer sectoraal kunnen plaatsvinden. Daarvoor zijn de middelen en de ruimte te beperkt en de opgaven te groot. Dat vraagt om een gezamenlijke en integrale afweging en prioritering. Zo moeten we bedenken welke opgaven waar prioriteit krijgen en wat dat betekent voor het behalen van onze ambities. Maar het is ook nodig een langjarige planning af te stemmen zodat we weten wanneer we in een bepaald gebied aan de slag gaan. Dat gaat over samenwerking, proces en gedrag. 

In hoeverre wordt er binnen jullie gemeente al stedelijk geprogrammeerd? 

Jolande: In Rotterdam hebben we de programmering van de opgaven op stedelijke schaal grotendeels in zicht. Wat ontbreekt zijn integrale afspraken over kiezen, prioriteren en financiering. We zijn gestart om vanuit drie betrokken clusters gezamenlijk de regie te voeren. Door het maken van transparante afspraken over financiën, kiezen en prioriteren en hoe en waar we met elkaar afstemmen willen we draagvlak bij alle betrokken partijen creëren. Dat kan ook basis zijn voor afspraken met externe partners.


Professional in de openbare ruimte? Dan lees je Stadswerk Magazine!


Almer: In Apeldoorn zetten we nu de eerste stappen. Zo werken we met portfoliomanagement, met als doel om beperkte personele middelen optimaal in te zetten. Dit is al een forse stap in samenwerking over de afdelingen heen. Ook brengen we opgaven en projecten beter in beeld binnen een GIS-omgeving. Omdat de gemeente Apeldoorn een overzichtelijke organisatie is, vinden we elkaar makkelijk en stemmen we programmeringen waar mogelijk op elkaar af. Deze afstemming is echter vrijblijvend en niet geborgd in processen. 

Wat gaan jullie doen en hoe? 

Jolande: We willen beiden in onze gemeente kijken of we een workshop in kunnen zetten voor het genoemde proces. In Rotterdam heeft de betrokken wethouder ook verzocht om integraal te programmeren. In vervolg op de City Deal kijken we bovendien hoe stedelijk programmeren verder kan worden opgepakt als landelijk gecoördineerde ontwikkeling. 

Voorbeeld van een programmeringsvraagstuk

In Apeldoorn wordt in de wijk ‘De Maten’ gewerkt aan de energietransitie. Een warmtenet is daarbij een kansrijke optie. Omdat de openbare ruimte is verouderd willen we vanuit beheer liefst direct al aan de slag. Daarnaast zijn er een aantal gebieden in de wijk waarin sociale problematiek vraagt om extra inzet. 

Sturen op samenloop lijkt logisch, maar de uitrol van een warmtenet kan nog wel even duren. Hoe gaan we in tussentijd om met oplopende risico’s (zowel sociaal als fysiek). Wie is er hier leidend en wat nu als zo’n warmtenet er toch niet komt of veel langer duurt? Zijn we in staat om vooraf keuzes en risico’s integraal in beeld te brengen? Wie neemt hierover eigenlijk een besluit? Want als iedereen op elkaar wacht gebeurt er niks meer. Kortom, we moeten samenwerken, voorbij de vrijblijvendheid. 

Deze bijdrage is onderdeel van een reeks die Stadswerk magazine wijdt aan de City Deal Openbare Ruimte.

Van onze partner, Stadswerk Magazine (nummer 6, 2023). Tekst: Lisa Verhaege de Nayer, City Deal Openbare Ruimte

Foto bovenaan: StevenL, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons


Bekijk ook deze items